
Aat Rietveld houdt al vijfenveertig jaar bijen. Maar vraag hem naar zijn honing en hij wuift het weg. Die is niet voor hem, maar voor de natuur.
Een opvallend standpunt voor een imker van zijn generatie. Ze noemen hem weleens 'de bijenkoning van Breda', maar Aat ziet zichzelf meer als ambassadeur voor biodiversiteit.
In 2024 ontving hij het lintje Ridder in de Orde van Oranje-Nassau, voor zijn inzet voor bijen en diversiteit.
Hij woont in Effen, geeft cursussen, verspreidt planten, bezoekt scholen en is veel te vinden op educatieve boerderij Wolfslaar en deelt zijn kennis over de rol van bestuivende insecten in onze natuur én voedselketen.
Het gaat niet goed met bijen en andere bestuivende insecten. In de afgelopen decennia is zo'n 70 procent van de insecten verdwenen. Dat komt vooral door intensieve landbouw, het gebruik van pesticiden en steeds minder bloeiende planten in de openbare ruimte. En dat is een probleem, want zonder bijen geen voedsel. Meer dan driekwart van onze voedselgewassen is afhankelijk van bestuiving.
Aat is al vijfenveertig jaar imker. Pas de laatste jaren verdiept hij zich ook in het leven van wilde, solitaire bijen, maar niet voor hun honing. "Als ik bijen houd voor de honing, haal ik deze uit de voedselketen voor andere insecten. Daarmee werk ik mee aan hun achteruitgang, dat ging me steeds meer tegenstaan.”
Hij merkt dat er steeds meer belangstelling vanuit jongere groepen komt. “Aan mijn imkercursus doen veel deelnemers onder de vijftig mee. En tot mijn stomme verbazing, ook veel vrouwen van onder de veertig”, zegt Aat positief verrast.
Het stemt Aat hoopvol dat er een nieuwe generatie is die mogelijk het stokje van imker willen overnemen: “Ik merk al dat zij op een hele andere manier naar bijenhouden kijken. Zij doen het niet voor de honing, maar willen meer van de bij weten en bijdragen aan het herstellen van biodiversiteit.”
Aat legt hen (en iedereen die het horen wil) uit dat als je goed voor jouw bijen zorgt er best wel wat honing te oogsten is die de bijen zelf niet nodig hebben. Maar honingbijen houden voor de honing mag wat hem betreft nooit het uitgangspunt zijn.
Je hoeft geen imker te worden om het verschil te maken. “Als iedereen in Breda zoveel mogelijk planten in zijn tuin zet, dan maakt dat heel veel verschil.” Al die ‘groene postzegels’ en balkonnetjes vol bloemen vormen samen een groter leefgebied voor bijen, maar ook voor vlinders, hommels, zweefvliegen en allerlei andere nuttige insecten.
Maar welke planten kun je dan het beste kiezen? Aat deelt zijn tips:
Aat is ook trots op zijn stad. Gemeente Breda monitort op zestien plekken hoe het met de wilde bijen gaat, als onderdeel van een meerjarig programma dat de gemeenteraad heeft vastgesteld. En bij de Galderse Meren loopt een groots natuurherstelproject. "Dat een gemeente zoiets aandurft, dat is fantastisch."
Via Breda National Park City groeit het bewustzijn in de stad verder, en dat is precies waar Aat in gelooft: kleine initiatieven die samen bijdragen aan het grote geheel. En dat kan al beginnen bij een paar potten met bloemrijke, inheemse planten op je balkon.